maandag 9 april 2018

Een nieuw huis


De wereld staat in brand en ik zit te miepen over ons nieuwe huis. Doe niet zo stom denk ik, terwijl ik kijk naar beelden van kinderen die bijna ten onder gaan aan gasaanvallen van debielen die het allemaal niks kan schelen. 


Ook een onthutsende documentaire over 2 broers die 3 oudere mensen hebben vermoord en er over praten alsof het de gewoonste gang van zaken is, maakt niet dat mijn onrust verdwijnt. Om heel eerlijk te zijn, kan ik niet zo goed tegen veranderingen. Ik wil ze altijd wel, maar ze zitten niet zo in mijn bloed. 

Blij en verontrust tegelijk

En hoewel ik ongelofelijk blij ben met een geheel nieuwe woning die ook nog eens energieneutraal wordt, lig ik er ’s nachts wakker van. Wat als ik daar toch niet kan aarden? Het huis waar we nu in wonen heeft zoveel meegemaakt, al die herinneringen blijven hier voor mijn gevoel.  En dan: Ik heb nog nooit in Lemstervaart gewoond, altijd in oud-Lemmer. Nou ja en ook een aantal jaren in Groningen. En heel summier wat weken in Gambia. Maar dat is toch allemaal anders. 

Heel wat tranen gelaten toen ik op kamers ging

Hoewel, toen mijn ouders me voor de eerste keer naar Groningen brachten heb ik ook menig traantje gelaten. Ik had er de tijd van mijn leven, maar miste het hier ook. Kortom ik ben gewoon een sentimentele muts.


Lieve mensen

Jaja, ik weet dat het helemaal nergens op slaat. Het is 10 minuten lopen van daar naar hier. En we kennen al een aantal mensen die om ons heen wonen of komen wonen die ongelofelijk aardig zijn. Waarmee we al grote barbecue feesten in het vooruitzicht zien, en lange gesprekken op een warme zomeravond in onze nieuwe tuinen.  En dit huis past ons al heel lang niet meer. En ja dan kunnen we eindelijk in een tuin zitten en hoeven we niet op 1 bij 2 meter in de uitlaatdampen van het langsrazende verkeer te zitten snuiven.
 Manlief is er helemaal klaar mee overigens: nou dan blijf jij toch lekker hier en ga ik daar toch mooi wonen, zegt hij gniffelend terwijl hij weer een doos met spullen inpakt. Maar je pakt mijn kleren in zeg ik. Ga ik ook in lopen zegt hij breeduit lachend. Of ik gebruik ze als poetsdoek. Hij heeft gelijk, ik moet niet zeuren. Lemstervaart en nieuw huis, here we come.

maandag 2 april 2018

Met de deur wijd open

Je zult maar daar boven in Groningen wonen en je huis langzaam aan in stukken uiteen zien vallen. Je zult maar elke keer doodsangsten uitstaan voor weer zo’n vette beving. En je zult daar maar een bedrijf hebben staan en dat niet meer mogen uitoefenen omdat inspecties hebben uitgewezen dat het niet langer veilig is.

Te lang onder de douche

 Ik dacht eraan toen ik weer eens te lang onder de douche stond, omdat het zo lekker is om onder die warme straal te staan. En ja, toen ik dat dacht draaide ik de kraan wel direct dicht en stapte er onder vandaan. En ja de kachel staat al een half jaar een halve graad lager. Als ik hem nog lager zet verandert manlief in een  inuit  ben ik bang.

Je lijkt wel een gangster

 Hij roept namelijk ook al dat hele halve jaar dat het hier koud is, terwijl hij met een hoody over zijn hoofd onder twee dekens op de bank ligt. Als hier iemand binnenkomt, denken ze dat je een gangster bent, verzucht ik dan steeds. Maar ja, er komt niemand binnen en mensen die wel binnenkomen kennen hem. Met hoody. En dekentje.  Wat dan weer niet zo gangsterachtig is, dat dekentje.

Stoken voor de buitenwereld

Was die inleiding met de deur in huis vallen? Nee, niet echt. Die deur dus. Ik stapte deze week een aantal winkels binnen en terwijl het buiten stervenskoud was, stond overal de deur wagenwijd open. Kachels loeiden zo hard dat je haar er van in een spagaat raakte en de Groninger velden zag je bijna wegzakken. Panden met afmetingen van voetbalvelden waarbij je stookt voor de buitenwereld. Alles voor de klant. Maar die klant kan zo’n deur toch zelf wel opentrekken? In het kader van alle klimaat- en milieubeschermende maatregelen lijkt het me dat dit niet meer kan. Dus doe gewoon lekker dicht die deur. Wordt jullie gasrekening ook weer een stuk lager.

maandag 26 maart 2018

Prijskaartje van de provincie

Al maanden (wat zeg ik jaren als je Joure meetelt) afgezette wegen, het spoor bijster als je naar een bepaalde bestemming moet, de bus die niet meer in de buurt rijdt, verkeerslichten die het niet of slecht doen, bijna ongelukken op de weg, met voetgangers en in tunnels door betonblokken en dan ook nog eens verkeersregelaars die mensen bijna uit hun auto trekken.

Puinhoop in Lemmer en omgeving

De puinhoop die alle wegwerkzaamheden de afgelopen periode het dagelijks leven in bijna heel onze omgeving bepaalde, was niet bepaald fraai te noemen. Volgens mij is geen enkele tijdslimiet gehaald. Niet in Joure, niet op de weg naar Balk en bij Lemmer weet ik het niet zeker, maar daar volgens mij ook niet. Dat zouden wij eens moeten doen met een krant. Gewoon een week later verschijnen. Of een half jaar niet. Dat zou me een bak zijn. 

Wat gaat dit kosten?

Toch was er de afgelopen weken vooral één ding dat ik me afvroeg: bij de meeste zaken die veel langer duren dan gepland lopen de kosten namelijk ook navenant op. Dus klom ik maar eens in de pen (of liever gezegd in de PC) om de provincie te vragen hoe het daar mee staat. Het was heel lang stil. Nee, ik moet het anders formuleren, er kwam geen antwoord. Ik heb nu de vraag nog maar een keertje gesteld. Maar er is nog steeds geen antwoord. Of dit een  - als we het niet zeggen, dan is het er ook niet - begrip is weet ik niet, maar ik mijn buikgevoel zegt dat het iets anders ligt.  Vanzelfsprekend hoop ik dat alles binnen de begroting valt, want anders moeten we met z’n allen weer diep in de buidel tasten. Maar ik heb daar wel zo mijn bedenkingen bij. Wordt vervolgd – tenminste als de provincie in al haar wijsheid besluit om nog een keer een antwoord te geven.


maandag 19 maart 2018

Doede

Doede Bleeker. Hij was niet één van ons uit het dorp, maar voor mijn gevoel toch wel iemand die bij ons ‘soort mensen’ hoorde. Een ruwe bolster, met een blanke pit. Iemand die zijn mening wel durfde te zeggen, maar eigenlijk ook ingetogen was. Eigenlijk best een beetje als de Lemsters. We kunnen er wat van als het om praten gaat, maar als het er werkelijk om draait dan zeulen we veel met ons mee zonder dat anderen dat weten.

Switfutten

Doede had ik lange tijd alleen op tv gezien. Hij speelde in een film, zat in andere programma’s. En hij zong natuurlijk liedjes. Over switsokken bijvoorbeeld. Hilarisch natuurlijk, maar voor je het weet kleven die zweetvoeten voor altijd aan je en ben je nooit meer anders dan de clown van de klas. Als ik de stukken goed gelezen heb, was dat ook iets dat hem frustreerde. Omdat hij veel meer was dan de clown van de klas. Of misschien wel helemaal nooit die clown wilde zijn.

Wilde vissershoofd

Zijn wat wilde vissershoofd deed me denken aan pake. En aan mijn ooms. Gezichten doortrokken van de zee. Van het harde leven. Toen ik daadwerkelijk een keer bij Doede in de viswinkel stond, omdat hij zich opeens in mijn werkgebied bevond en ik wel vond dat ik zo’n man moest kennen, bleek hij helemaal niet zo uitbundig. Eerder wat stil en teruggetrokken. Hardwerkend, dat wel. Mijn plan was nog om me voor te stellen als zijnde van de krant, maar toen ik zijn houding opmerkte, heb ik dat gelaten. Ik voelde me daar niet gemakkelijk bij, omdat ik het gevoel had dat hij zich daar niet gemakkelijk bij zou voelen. Ik betaalde mijn visje en ging weer.

Gevoelig

Hij heeft nooit geweten wie ik was (wat ook niet belangrijk is). Ik wist wel wie hij was, maar natuurlijk niet echt. In verband met zijn veel te vroege overleden kwamen de verhalen los. Over hartenpijn en zijn gevoeligheid. Zie je wel dacht ik toen. Maar ook dat het jammer was. Dat juist die kant van hem zo weinig naar voren is gekomen voor een groter publiek. En dat ik hem dat zo gegund had.

maandag 12 maart 2018

Een blik met wilden


Alsof er een blik met wilden is opengetrokken. Zo zijn de zaterdagavonden hier in de straat ongeveer. Vanaf een uurtje of 11 begint het geschreeuw, het gegil, de kreten die meer aan een oerwoud doen denken dan aan mensen, het trappen, het in de bosjes liggen, het tegen verkeersborden aan schoppen en het krijsen. De oorzaak: drank. Misschien ook wel drugs. Of een combi  van beide. 

Mensen met een slechte dronk

Laten we voorop stellen dat ik een hekel heb aan lui die een slechte dronk over zich hebben.  Vechtpartijen doordat mannen (maar misschien ook wel vrouwen) zich door de drank zo stoer voelen dat meppen het enige lijkt wat ze leuk vinden, ik walg er van. Laat ik daarbij ook nog opmerken dat ik ongeveer een even grote hekel heb aan mensen die niet met hun poten van andermans spullen af kunnen blijven.  Dat ik vernielingen waardeloos vind en zou willen pleiten voor torenhoge straffen, in al die gevallen. 

Verbod op drinken in het centrum van Lemmer

Met dat alles in het achterhoofd las ik het bericht van B&W die het drinken van alcohol in het centrum van Lemmer wil verbieden.  Of het in eigendom hebben van geopende flessen of blikjes. Zodat uitwassen worden voorkomen. Dat ze wil dat die uitwassen verdwijnen is een prima zaak. Ik vraag me alleen af of die uitwassen echt voorkomen worden met zulke maatregelen. Als wij hier op de zaterdagavond onze auto niet in een achteraf steeg zetten, is hij in de meeste gevallen een dag later gebutst. 

Geen slaap krijgen

Als wij op zaterdagavond de ramen niet dichtdoen, krijgen we geen minuut slaap. Want de kroeglopers (ja daar ben ik zelf ook erg lang deel van geweest) gedragen zich dus alsof ze van een andere planeet komen. En dat doen ze niet alleen op de terugweg, dat doen ze vooral ook op de heenweg.  De gemeente wil met de maatregel het indrinken voorkomen. Alleen is mijn ervaring dat dit indrinken niet op straat gebeurt, maar gewoon thuis bij de warme kachel. Op de eigen kamer of gewoon bij pa en ma in de keuken. 

In de tuin met een flesje bier

Omdat er bovendien alleen een verbod voor het centrum ligt, kan iemand uit Noord, West of Lemstervaart dus blijkbaar wel gewoon op straat of in de tuin gaan zitten met een flesje bier. Maar daar veroorzaakt iemand die te veel zuipt en daar niet tegen kan, dan geen overlast? En wat te denken van de bootjesgasten die op hun boot flink aan de haal gaan? Dat mag dan wel en twee meter verderop mag je niet je eigen glaasje drinken? Of moeten ook zij de fles laten staan op hun eigen boot? En wat als zij dat niet hoeven, maar ook zij een slechte dronk over zich hebben? Het probleem lijkt me kortom ingewikkelder dan wordt voorgedaan en lijkt me met dit verbod alleen ook niet op te lossen.

maandag 26 februari 2018

Omdat je vrouw dood is

Je vrouw is dood zeiden ze. Daarom is het. Alsof hij niet wist dat zijn vrouw dood was. Alsof hij niet haar lijdensweg had meegemaakt. Alsof hij haar niet had zien sterven. Alsof hij haar niet had begraven. Alsof hij hun kinderen niet had moeten vertellen dat hun moeder hen nooit zou zien trouwen of kleinkinderen zien krijgen. Alsof hij geen weet had van dat alles.

Geen contract na overlijden vrouw

Maar dat dus, dat is dus de reden dat je geen contract krijgen zeiden ze. Want dat was de vraag geweest. Niet de vraag om menselijke ondersteuning. Niet eens de vraag om hulp, want hoe moet je dan verder op jonge leeftijd als weduwnaar. Nee, de vraag was gewoon geweest waarom veel collega’s een contract hadden gekregen en hij niet. Nou ja, omdat zijn vrouw dus dood was.

Twee weken vrij voor overlijden vrouw

En hij daarvoor twee hele lange weken vrij had genomen. Nee, geen half jaar of een jaar. Gedurende die andere maanden waarin het ook erg slecht ging, had hij zich gewoon van alle taken gekweten. Gewerkt, voor de kinderen gezorgd, voor haar gezorgd. En dat alles in het licht van haar naderende dood.

Niemand moet alleen zijn als de dood nadert

Maar toen die dood nabij kwam, ze was uiteindelijk nog maar half 50, vond hij toch dat hij bij haar moest zijn. Vond dat zij die laatste weken niet zonder hem hoefde door te maken. Omdat het voor haar al angstig en naar genoeg was. Het bedrijf vond dat blijkbaar niet. Die vonden blijkbaar dat zij wel dood had kunnen gaan zonder hem.  Want dan had hij dat contract wel gekregen. 

maandag 19 februari 2018

De Piterstún



De zon scheen, we werden allemaal gek en renden onze deuren massaal uit. Het dorp in, het strand op, de bossen in. Zelfs de terrassen zaten op bepaalde plekken al vol, met dien verstande dat mensen hun dikke jassen wel aan moesten houden. Kortom we warenblij. De koperen ploert straalde haar stralen over ons uit, we werden als lammetjes in de wei.

Keuvelen op de eerste lentedag

Hoi, hoi, goeie, goeie. Hier een praatje, daar een lachje. Mijn tantetje zat op haar rollator in de zon naast de drogist, op de Streek was het een gekeuvel van jewelste. Ik denk ik moet er even uit, maar toen bedacht ik ook, waar moet ik heen, zei één van hen. Ze wilde ergens zitten, echte Lemsters ontmoeten. Maar waar moest dat? Een oude vriendin van mijn moeder wilde dat ook, maar ze wilde daarbij ook zingen. Om haar woorden kracht bij te zetten, begon ze maar alvast.

Met elkaar zingen

Met elkaar zeiden ze. Als vanouds zeiden ze. Zingen en praten. Over toen en nu. Gewoon gezellig. De Piterstún zei ik. Daar moeten jullie je dan bij aansluiten. Ze hadden er van gehoord, maar moesten ze dan ook niet aan het schoffelen? Want dat gaat zo moeilijk met een rollator. Of ze hadden er geen zin meer in om dat werk te doen. Welnee, zei ik, jullie mogen daar zo naar toe. Gewoon lekker met elkaar.

Verhalen van vroeger of Lemmer

De verhalen kwamen al. Van hoe ze met de jongens mee wilden schaatsen naar Sloten, maar die mannen ze niet mee wilden nemen omdat het te hard waaide. Dat ze toch gingen, maar die terugweg inderdaad veel te zwaar was. Maar dat er toen toch iemand was die er voor zorgde dat ze terugkwamen. In al mijn onschuld vroeg ik of diegene dan een auto had. Gelach was mijn deel. ‘Welnee, faam in die tijd had maar één hier in Lemmer een auto.’ Nou kijk zei ik, dat soort dingen moeten jullie allemaal daar vertellen. Aan ons, aan elkaar. Maar vooral op de Piterstún. En dan gaan wij wel staan wieden. Terwijl jullie ons toezingen.